In de natuur worden planten niet gesnoeid, althans niet met de snoeischaar. Wind, of liever een hevige storm, of een zeer strenge vorstperiode werken soms corrigerend en ook dieren kunnen, hoewel niet op onze manier, planten ‘verjongen’. In tuinen is snoei soms noodzakelijk. Soms moet worden gesnoeid omdat planten te groot worden. Eigenlijk is dat een slechte zaak. Als de snoeischaar eraan te pas moet komen omdat bepaalde heesters andere planten en bomen staan te verdringen, is onze keuze niet goed geweest. Maar dat is wel erg kort door de bocht, want heel vaak gedragen planten zich anders, dan we oorspronkelijk verwachtten. Vaak wordt snoei ten onrechte gezien als een ongewenste ingreep van de mens. Maar wat is er op tegen?

Veel planten groeien beter, bloeien rijker en geven meer vruchten wanneer ze Veel planten groeien beter, bloeien rijker en geven meer vruchten wanneer ze op de juiste wijze worden gesnoeid. Daar is niets onnatuurlijks aan. Deze planten zijn door kruising en selectie verkregen en hebben die extra aandacht nu eenmaal nodig. Ook strakke hagen moeten uiteraard regelmatig gesnoeid worden en dat geldt eveneens voor vormboompjes.

Snoeitijdstip, wanneer snoeien?

Algemeen worden bomen in de winterperiode gesnoeid, zo ook fruitbomen. Toch heeft snoeien in de zomerperiode in bepaalde gevallen, zoals bij correctie van de kroon van bomen, de voorkeur. De wonden genezen dan veel sneller, maar er moet wel heel wat meer materiaal worden afgevoerd. Ook heel veel heesters worden gesnoeid in de periode dat ze geen blad bezitten. De voorkeur gaat uit naar het vroege voorjaar. Snoeien tijdens vorstperioden wordt afgeraden in verband met kans op vorstschade. Het spreekt vanzelf dat eerste klas snoeigereedschap noodzakelijk is. Niet alleen om ‘mooie’ wonden te maken, maar ook omdat dan gemakkelijk en dus prettig kan worden gewerkt.

Snoeien van zomerbloeiers

In het algemeen zullen heesters die na 1 juli in bloei komen in het voorjaar gesnoeid worden. Ze bloeien op het zogenaamde “ditjarige” hout. Dat zal geen goed Nederlands zijn, maar het geeft duidelijk aan wat er bedoeld wordt, namelijk bloeien op de takken die zich hetzelfde jaar hebben ontwikkeld. Men spreekt ook wel van scheutbloeiers. Dat is zo bij struikrozen, maar ook bij een hele reeks andere planten zoals: Buddleja davidii (vlinderstruik), Hydrangea paniculata (pluimhortensia), Hibiscus syriacus (althaeastruik), Ceanothus-cultivars, Caryopteris x clandonensis, Fuchsia magellanica, Perovskia atriplicifolia, Spiraea x bumalda, Spiraea douglasii, Leycesteria formosa en Potentilla fruticosa (struikganzerik).

In het algemeen zullen heesters die na 1 juli in bloei komen in het voorjaar gesnoeid worden.

Bij sommige van deze soorten (Hibiscus bijvoorbeeld) snoeien we de vorig jaar gevormde takken tot op het oude hout weg. Bij andere snoeit men bij voorkeur zo diep mogelijk, dus vlak bij de grond, bijvoorbeeld bij Caryopteris. Na een strenge winter zijn die takken trouwens vaak al helemaal dood. Ze lopen alleen aan de basis nog maar uit.

Snoei na bloei

Een aantal struiken wordt bij voorkeur direct na de bloei gesnoeid. Dat is niet per se noodzakelijk, maar het resultaat is wel een jaarlijks terugkerende rijke bloei omdat de struik steeds beschikt over veel jong hout waaraan de bloei plaatsvindt. Ook de struikvorm kan er in positieve zin door worden beïnvloed. Struiken waarvoor deze snoeiwijze is aan te bevelen zijn o.a. Forsythia x intermedia (Chinees klokje), Weigela-cultivars, Spiraea x arguta, S. x vanhouttei, S. thunbergii, Deutzia (bruidsbloem), Philadelphus (boerenjasmijn), Kolkwitzia, Buddleja alternifolia, Prunus triloba ‘Plena’ (amandelboompje) en Cytisus scoparìus (bezembrem).

Het is in alle gevallen niet nodig om alle takken die gebloeid hebben af te snoeien. Door steeds de oudste takken diep weg te nemen is de struik bijvoorbeeld na 4 jaren al helemaal verjongd. Bij Prunus triloba ‘Plena’ past men direct na de bloei in april een soort knobbelsnoei toe, waar bij alle takken die gebloeid hebben tot op 1 of :. cm worden teruggesnoeid. Dit geldt speciaal voor als halfstam verkrijgbare exemplaren.

Een aantal struiken wordt bij voorkeur direct na de bloei gesnoeid, zoals de boerenjasmijn

Zo min mogelijk snoeien

Met name heel veel groenblijvende heesters maar ook Hamamelis (toverhazelaar), Syringa (sering), Daphne mezereum (peperboompje), Magnolia (beverboom), Corylopsis (schijnhazelaar) en Amelanchier (krenteboompje) worden zo min mogelijk gesnoeid. Men dient zich te beperken tot kort wegnemen van dood hout, beschadigde takken, eventueel opslag van de onderstam en takken die naar binnen groeien en op den duur andere hinderen. Er ontstaan dan schuurplekken die weer aanleiding kunnen geven tot ziekten.

De rigoureuze aanpak

Hoewel dus in principe zo min mogelijk moet worden gesnoeid aan bovengenoemde struiken, kan het soms toch noodzakelijk zijn om zeer rigoureus te snoeien. Dat is met name het geval als struiken door welke omstandigheden dan ook hun fraaie vorm verloren hebben of van onderen helemaal kaal zijn geworden. Snoei zulke planten bijna geheel terug, met andere woorden laat slechts zo’n IO cm hout op de planten staan. Uiteraard duurt het soms enige jaren voor er weer bloemen verschijnen en de juiste vorm terug is, maar het is in heel veel gevallen de moeite waard om dit experiment te wagen. Goede resultaten met deze methode kunnen zelfs met rododendrons worden bereikt. Ook lavendel en Santolina kunnen zo aangepakt worden.

2 Reacties

  1. Bedankt voor deze tips! Wist niet dat er zoveel soorten en maten beschikbaar waren. Welke snoeischaar hierboven kan ik gebruiken voor algemene werkzaamheden?

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *